logo

Geloof


Het spreekt voor zich dat vrijheid iedere betrokkenheid van de overheid bij geloofsuitingen uitsluit. Ook privépersonen mogen elkaar geen geloof opdringen. Met "geloof" wordt religie bedoeld, maar ook niet-godsdienstige levensbeschouwingen en opvattingen, bijvoorbeeld over politiek, gezondheidszorg en opvoeding. Iedereen, bijvoorbeeld, mag socialist zijn, en zelfs in socialistische kring leven, zolang alle deelnemers aan die kring dat vrijwillig doen. Denk bijvoorbeeld aan een commune. Het is niet de rol van de overheid om bepaalde geloven te erkennen, bijvoorbeeld in de vorm van kerkgenootschappen, en al helemaal niet om geloven te ondersteunen.

Wanneer wordt een geloof opgedrongen? Hieronder zijn voorbeelden van wat wel en niet mag:

1. Anne belt aan bij Bart, of spreekt hem op straat aan. Zij wil hem overtuigen naar haar geloof over te stappen. Mag. Als Bart niet wil, kan hij de deur dichtdoen of weglopen.
2. Anne doet een propagandafolder in de brievenbus van Bart. Mag, tenzij Bart een sticker heeft dat hij geen ongeadresseerde post wil.
3. Anne geeft Bart, die honger heeft, voedsel in ruil voor bekering tot haar geloof. Mag, aangenomen dat dat voedsel ook echt van Anne is en zij dus het recht heeft het weg te geven. Fatsoenlijk is dit niet; het vrijheidsprincipe dringt niet fatsoen af.
4. Anne boycot Bart tenzij hij zich bekeert tot haar geloof. Mag. Anne bepaalt zelf met wie zij omgaat, ookal voelt Bart zich daardoor gediscrimineerd. (Dit geldt voor individuen, maar niet voor de overheid! De overheid mag niet discrimineren!)
5. Anne bedreigt Bart. Mag niet, ookal voert ze de bedreiging niet werkelijk uit. Bart kan niet weten dat zij het niet echt zal doen. Hij verliest door de bedreiging zijn vrijheid.
6. Anne wil via wetgeving van Bart afdwingen dat hij zich houdt aan haar geloofspunten. Mag niet.
plant
Volgende
Vorige
Overzicht standpunten
Hoofdpagina